Naar het boek "The Little Soul and the Sun". Vrije vertaling door Sandra Veldt De kleine ziel en de zon ER WAS EENS een Kleine Ziel die zei tegen God, "Ik weet wie ik ben". God zei; "Dat is prachtig! Wie ben jij?" De Kleine Ziel riep: "Ik ben het licht." God lachte breed. "Dat is waar!", bevestigde God. "Jij bent het licht." De Kleine Ziel was zo blij; ze had uitgevonden dat alle zielen in het Koninkrijk waren, om dat uit te zoeken. "Wow," zei de Kleine Ziel, "Dit is toch echt gaaf." Maar
al snel was weten wie ze was niet genoeg. De Kleine Ziel voelde onrust
van binnen, en nu wilde ze ervaren wie het was. En zo ging de Kleine
Ziel terug naar God (Wat geen slecht idee is voor alle zielen die
willen weten wie ze werkelijk zijn.) En zei; Hoi God! Nu weet ik wie ik ben. Is het goed als ik dat wil zijn?" God zei,"je bedoelt dat je wilt zijn wie je al bent?" "Wel",
antwoordde de Kleine Ziel, "Weten wie ik ben is één ding, helemaal écht
zijn is een ander. Ik wil voelen (ervaren) wat het is om het licht te
zijn!" "Maar je bent het licht al," herhaalde God weer lachend. "Ja, maar ik wil voelen wat het is!" huilde de Kleine Ziel.
"Wel", zei God en grinnikte, "Ik had het kunnen weten, jij bent altijd al de meest avontuurlijke." Toen veranderde God's houding. "Er is alleen één ding...." "Wat is dat?" vroeg de Kleine Ziel. "Wel,
er is niets anders dan het licht. Zie je, ik creëerde niets anders dan
wat jij bent; en daarom is het niet makkelijk voor jou om jezelf te
ervaren zoals je bent, omdat er niets is dat je niet bent." "Huh?" zei de Kleine Ziel, een beetje verbouwereerd . "Beschouw
het op deze manier," zei God. "Je bent als een kaarsje in de zon. O, je
bent daar met ontelbare andere kaarsjes die samen de zon zijn. En de
zon zou de zon niet zijn zonder jou. Nou ja, het zou een zon zijn
zonder één van zijn kaarsjes,.En dat zou de zon niet helemaal zijn;
want hij zou niet zo helder schijnen. Maar ja, hoe kan je weten dat je
het licht bent wanneer er alleen maar licht is? Dat is de vraag." "Wel," merkte de Kleine Ziel op. "U bent God. Verzin iets!" Weer
lachte God. "Dat heb ik al gedaan." Zei God." Aangezien je jezelf niet
kunt zien als het licht als je in het licht bent, zullen we je met
duisternis omringen." "Wat is duisternis?" vraagt de Kleine Ziel. God antwoordde, "dat is wat je niet bent." "Zal ik bang zijn in het donker?" huilde de Kleine Ziel. "Alleen
als je ervoor kiest," antwoordde God. "Er is echt niets om bang voor te
zijn, tenzij jij ervoor kiest om dat te zijn. Want weet je, we
verzinnen het allemaal, we doen alsof." "Oh,'" zei de Kleine Ziel, en voelde zich al beter. Toen
legde God uit dat, om maar iets te kunnen ervaren het precies
tegenovergestelde er zal moeten zijn. "Het is een groot cadeau,"zei
God, "want zonder het tegenovergestelde kan je niets weten. Je kan geen
warm weten zonder koud, geen boven zonder beneden, geen snel zonder
langzaam. Je kan geen links zonder rechts weten, geen hier zonder daar,
en geen nu zonder toen. "En zo," concludeerde God,"wanneer je omgeven
bent door duisternis, bal je vuist niet, verhef niet je stem en
vervloek de duisternis niet. Wees liever een licht in de duisternis en
word er niet boos over. Dan weet je wie je echt bent en iedereen zal
het weten. Laat je licht zo schijnen dat iedereen weet hoe speciaal je
bent!" "Bedoel je dat het goed is anderen te laten zien hoe speciaal ik ben?" vroeg de Kleine Ziel. "Natuurlijk!"
God grinnikte. "Het is heel goed! Maar onthoud: 'speciaal' betekent
niet 'be-ter'. Iedereen is speciaal, ieder op zijn eigen manier! Alleen
zijn velen dat vergeten. Ze zullen zien dat het goed is voor ze om
speciaal te zijn wanneer je ziet dat het goed voor je is om speciaal te
zijn." "Wow," zei de Kleine Ziel, dansend en huppelend en lachend en springend van vreugde. "Ik kan zo speciaal zijn als ik wil!" "Ja, en je kan nu beginnen," zei God, die danste en huppelde en lachte samen met de Kleine Ziel. "Welk deel van speciaal wil je zijn?" "Welk deel van speciaal?" herhaalde de Kleine Ziel, "Ik begrijp het niet" "Wel," legde God uit, "Het licht zijn is speciaal zijn, en speciaal zijn heeft heel veel kanten. Het is speciaal om aardig te zijn Het is speciaal om zachtmoedig te zijn Het is speciaal om creatief te zijn Het is speciaal om geduldig te zijn. Kan je nog meer bedenken waarin je speciaal kan zijn?" De Kleine Ziel zat een moment stil. "Ik kan een heleboel manieren bedenken om speciaal te zijn!" riep de Kleine Ziel toen uit. "Het is speciaal om hulpvaardig te zijn. Het is speciaal om te delen. Het is speciaal om vriendelijk te zijn. Het is speciaal om zorgzaam te zijn voor anderen!" "Ja!"
bevestigde God, "en je kan al deze dingen zijn, of elk ander deel van
speciaal dat je wilt zijn, op elk moment. Dat is wat het betekent om
het licht te zijn." "Ik
weet wat ik wil zijn, ik weet wat ik wil zijn!" kondigde de Kleine Ziel
met groot enthousiasme aan. "Ik wil dat deel van speciaal zijn dat
vergevingsgezind zijn heet." "Het is toch speciaal om vergevingsgezind
te zijn?" "O, jazeker," verzekerde God de Kleine Ziel. "Dat is heel speciaal.' "Oké," zei de Kleine Ziel, "Dat is wat ik wil zijn. Ik wil vergevingsgezind zijn. Zo wil ik mezelf ervaren." "Goed,"zei God, "Maar er is één ding dat je moet weten." De Kleine Ziel werd nu een beetje ongeduldig. Het lijkt wel of er elke keer weer een complicatie is. "Wat is het?" zucht de Kleine Ziel. "Er is niemand om te vergeven." "Niemand?" De Kleine Ziel kon nauwelijks geloven wat er gezegd werd. "Niemand!"
herhaalde God. "Alles wat ik heb gecreëerd, is perfect. Er is geen
enkele ziel van alle creaties die minder perfect is dan jou. Kijk maar
om je heen." Toen
realiseerde de Kleine Ziel zich dat zich een grote menigte had
verzameld. Zielen kwamen van Heinde en Ver van overal van het
koninkrijk. Want het was als een lopend vuurtje rond gegaan dat de
Kleine Ziel een ongewoon gesprek met God had en iedereen wilde horen
wat er gezegd werd. Rondkijkend naar de ontelbare andere
Zielen die hier bijeen waren, moest de Kleine Ziel toegeven. Niemand
leek minder prachtig, minder magnifiek of minder perfect dan de Kleine
Ziel zelf. Dat was het wonder van de Zielen die om hem heen waren, en
zó helder was hun licht. De Kleine Ziel staarde angstig naar hen. "Wie is er dan te vergeven?" vroeg God. "Jonge,
dit is helemaal niet grappig!" gromde de Kleine Ziel. "Ik wil mijzelf
ervaren als vergevingsgezind. Ik wil weten hoe dat deel van speciaal
voelt." En de Kleine Ziel leerde hoe het moet voelen om droevig te zijn. Maar toen stapte een vriendelijke ziel naar voren uit de menigte. "Maak je geen zorgen, Kleine ziel," zei de Vriendelijke Ziel, "Ik zal je helpen." "Wil je dat?" De Kleine Ziel klaarde op. "Maar wat kan je dan doen?" "Wel, ik kan je iemand geven om te vergeven!" "Kan je dat?" "Tuurlijk!" zei de Vriendelijke Ziel."Ik kan in je volgende aardse leven komen en iets doen wat jij kan vergeven. "Maar
waarom? Waarom wil je dat doen?" vroeg de Kleine Ziel. "Jij, die van
zo'n ongelooflijke perfectie bent! Jij die trilt van zo'n snelheid dat
het zo'n helder licht creëert dat ik het niet kan evenaren! Wat kan je
reden zijn dat je je vibraties wil verlagen zodat jouw licht donker en
onbevattelijk wordt? Wat kan de reden zijn -voor iemand die zo licht is
dat je op de sterren danst en je beweegt door het koninkrijk met de
snelheid van de gedachten om in mijn leven te komen en jezelf zo zwaar
maken zodat je dit slechte kan doen?" "Simpel," zei de Vriendelijke Ziel. "Ik zal het doen omdat ik van je hou." De Kleine Ziel leek verrast door het antwoord. "Wees niet zo verbaasd." Zei de Vriendelijke Ziel, "Je hebt hetzelfde gedaan voor mij. Herinner je het je niet meer? O,
we hebben gedanst samen, jij en ik vele keren. Door de eeuwen en door
alle leeftijden heen hebben we gedanst. Door alle tijd en vele plaatsen
hebben we samen gespeeld. Je herinnert je het alleen niet meer." "We
zijn allebei alles geweest. We zijn het hoge en het lage geweest, het
linker en het rechter. We zijn het hier en het daar geweest, het nu en
het toen. We zijn het manlijke en het vrouwelijke geweest, het goede en
het slechte - We zijn beide het slachtoffer en de dader geweest." "Zo
zijn we samen gekomen, jij en ik vele malen eerder; Steeds de ander de
exacte en perfecte gelegenheid te geven om te uiten en te ervaren wie
we werkelijk zijn. En daarom," legde de Vriendelijke Ziel
verder uit, "Kom ik in je volgende leven en zal 'de slechte' zijn dit
keer. Ik zal iets heel slechts doen, en dan kan jij jezelf ervaren als
degene die vergeeft." "Maar wat wil je dan doen?"vroeg de Kleine Ziel een beetje nerveus, wat wil er zo erg zijn?" "Oh,"
antwoordde de Vriendelijke Ziel met een glimlach, "We bedenken wel
iets." Daarna leek de Vriendelijke ziel serieus te worden, en zei met
rustige stem, "Je hebt over één ding gelijk, weet je." "Wat is dat?" wilde de Kleine Ziel weten. "Ik
zal mijn vibraties moeten verlagen, heel zwaar worden en deze niet
zulke leuke dingen doen. Ik zal me anders moeten voordoen dan ik in
werkelijkheid ben. En daarom wil ik je als dank om een gunst vragen." "Oh, wat je wilt, wat je wilt!" riep de Kleine Ziel, en begon te dansen en zingen, "Ik zal vergevingsgezind zijn, Ik zal vergevingsgezind zijn!" Toen zag de Kleine Ziel dat de Vriendelijke Ziel erg stil bleef. "Wat is er?" vroeg de Kleine Ziel. "Wat kan ik voor jou doen? Je bent zo'n Engel dat je dit voor me wilt doen!". "Natuurlijk
is de Vriendelijke Ziel een Engel!" onderbrak God. "Iedereen is een
Engel! Her-inner altijd; Ik stuur je niets dan Engelen." Zo
wilde de Kleine Ziel meer dan ooit het verzoek van de Vriendelijke Ziel
inwilligen. "Wat kan ik voor je doen" vroeg de Kleine Ziel weer. "Op het moment dat ik je kwaad doe," antwoordde de Vriendelijke Ziel. "Op het moment dat ik jou het ergste aandoe dat je je kan voorstellen - op dat precieze moment... " "Ja?" onderbrak de Kleine Ziel, "Ja....? " De Vriendelijke Ziel werd nog stiller. "Herinner me als wie ik werkelijk ben." "O, dat doe ik!" schreeuwde de Kleine Ziel, "Dat beloof ik! Ik zal je altijd herinneren zoals ik je hier en nu zie!" "Goed'"
zei de Vriendelijke Ziel, "Want weet je, Ik zal zo hard bezig zijn met
doen alsof, dat ik mijzelf zal vergeten. En als jij me niet herinnert
zoals ik echt ben, kan ik het me misschien voor heel lang niet
herinneren. En als ik vergeet wie ik ben, kan jij ook vergeten wie jij
bent, en zullen wij beiden verloren zijn. Dan hebben we een andere ziel
nodig om langs te komen en ons te helpen herinneren wie we zijn." "Nee,
dat zullen we niet!" beloofde de Kleine Ziel weer. Ik zal je
herinneren! En ik wil je bedanken dat je me dit cadeau wilt geven - De
kans om mezelf te ervaren wie ik ben." Aldus
was de afspraak gemaakt. En de Kleine Ziel ging verder in een nieuw
aards leven. Vol verwachting om het licht te zijn, wat heel speciaal
was en vol verwachting om dat deel van speciaal te zijn dat
vergevingsgezindheid heet. En
de Kleine Ziel wachtte gespannen om de ervaring te hebben als
vergevingsgezindheid en dankbaarheid aan welke Ziel dan ook die dit
mogelijk maakt. En op elk moment in het nieuwe aardse leven wanneer er
een nieuwe Ziel ten tonele verschijnt, ongeacht of deze nieuw ziel
vreugde brengt of droefenis - Speciaal als ze droefenis brengen - dacht
de Kleine Ziel aan wat God had gezegd: "Herinner ALTIJD," had God gelachen, "Ik stuur je niets
anders dan Engelen".
|